Ottevanger Accountancy

Bel ons op: 0183 610 700
Ottevanger Accountancy
Dr. van Stratenweg 15
4205 LA Gorinchem
info@ottevangeraccountancy.nl

Uitleg vrijstelling grondwaterbelasting

De Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) bepaalt dat grondwaterbelasting wordt geheven voor het onttrekken van grondwater aan de bodem. Er geldt een vrijstelling van belasting voor de onttrekking van grondwater ten behoeve van koude- en warmteopslag. Voorwaarde voor de vrijstelling is dat de onttrekking plaatsvindt in een gesloten systeem en volledig wordt teruggevoerd op de plaats waar het aan de bodem is onttrokken. De onttrekking moet in overeenstemming zijn met de door Gedeputeerde Staten afgegeven vergunning.

Een belastingplichtige had een vergunning om per jaar maximaal 36.000 m³ grondwater te onttrekken en weer terug te voeren. De belastingplichtige onttrok in de jaren 2007 tot en met 2011 meer grondwater dan het toegestane maximum en meldde dat aan de Belastingdienst. Dat leidde tot het opleggen van een naheffingsaanslag grondwaterbelasting. De belastingplichtige heeft Gedeputeerde Staten gevraagd om een nieuwe vergunning om maximaal 186.000 m³ grondwater per jaar te mogen onttrekken en terugvoeren. Deze vergunning is verleend met terugwerkende kracht tot 13 mei 2000. De belastingplichtige heeft in de jaren 2007 tot en met 2011 minder grondwater onttrokken en weer teruggevoerd dan het in de nieuwe vergunning vermelde maximum.

Hof Den Bosch was van oordeel dat de oorspronkelijke vergunning als maatstaf moest worden genomen voor het verlenen van een vrijstelling voor de heffing van grondwaterbelasting en schoof de nieuwe vergunning terzijde.

De Hoge Raad oordeelt anders. Het is niet aan de inspecteur of aan de rechter in belastingzaken om in het kader van een geschil over de vrijstelling van grondwaterbelasting te beoordelen of de verleende vergunning voldoet aan de eisen van de Grondwaterwet of de Waterwet. Dit geldt niet alleen voor de in de vergunning genoemde maximaal te onttrekken hoeveelheid grondwater, maar ook voor de daarin vermelde ingangsdatum. Als een vergunning voor het onttrekken en terugvoeren van grondwater met terugwerkende kracht is verleend of verruimd nadat over de door die vergunning bestreken periode een naheffingsaanslag is opgelegd, leidt de terugwerkende kracht ertoe dat de naheffingsaanslag wordt verminderd of vernietigd, zolang de aanslag niet onherroepelijk is. De rechter in belastingzaken moet bij de toetsing van de beslissing op het bezwaar tegen de naheffingsaanslag uitgaan van de (gewijzigde) vergunning als daarop een beroep wordt gedaan.

Omdat de in het naheffingstijdvak jaarlijks onttrokken en teruggevoerde hoeveelheden grondwater binnen de in de nieuwe vergunning opgenomen maximale hoeveelheden vielen, was op de onttrokken hoeveelheden de vrijstelling van toepassing. De Hoge Raad heeft de naheffingsaanslag vernietigd.